Mini Zeilcursus

 

 Home


 Mini Zeilcursus

 Inleiding

 Windorientatie

 Begrippen

 Oploeven...

 Zeilstanden

 Deinzen

 Het zeilroer

 Overstag

 Gijpen

 En nu zeilen

 

 

 

2. Windoriëntatie en de koersen

Om te beginnen is het bijvoorbeeld wel handig om te weten waar de wind vandaan komt.

Let op het volgende als je erachter probeert te komen waar de wind vandaan komt:

  • Vlaggen die op de kant staan.
  • Bomen en struiken
  • Golven (heel belangrijk, zeker als je op zee zit!)
  • Als je boot een windvaantje hebt gebruik dit dan. ( Het geeft echter niet altijd de echte windrichting aan)
  • Weet je wat meer van zeilen dan kan je ook aan de hand van je zeilen en de zeilen van andere boten de windrichting bepalen

We gaan nu verder met de verschillende koersen die je met een zeilboot kunt varen. Een koers is de richting van de boot ten opzichte van de wind, bijvoorbeeld: als de wind recht van achteren komt noemen we dit “voor de wind.”

Zoals je ziet kan je met een zeilboot 8 verschillende koersen varen. Hieronder hebben de koersen namen gekregen.

  1. In de wind (zeilen klapperen)
  2. Aan de wind (met de zeilen over bakboord)
  3. Aan de wind (met de zeilen over stuurboord)
  4. Halve wind (met de zeilen over bakboord)
  5. Halve wind (met de zeilen over stuurboord)
  6. Ruime wind (met de zeilen over bakboord)
  7. Ruime wind (met de zeilen over stuurboord)
  8. Voor de wind (zeilen kunnen zowel over stuurboord als bakboord)

Zoals je ziet zijn er 2 verschillende koersen aan de wind, 2 verschillende koersen halve wind en 2 verschillende koersen ruime wind. Alleen in de wind en voor de wind zijn komen in bovenstaande windroos maar één keer voor. Hieronder per koers nog even kort wat uitleg.

  • In de wind - Recht tegen de wind in. We kunnen niet zeilen! (Alleen achteruit, maar dat doen we normaal gesproken niet.) De zeilen vangen geen wind en klapperen.
    Sommige mensen worden door het lawaai van dat klapperen wat zenuwachtig. Er gebeurt echter niets, zie het zeil dan maar als een heel grote vlag.
  • Aan de wind - Aan de wind betekent dat we schuin tegen de wind in zeilen. Alle richtingen die tussen de twee aan-de-windse koersen liggen kunnen we niet zeilen. Je zou ze kunnen zien als uitersten (als we van de ene naar de andere aan-de-windse koers willen zullen we dan ook moeten draaien (overstag gaan). De richtingen die we niet kunnen varen zijn in het grijs aangegeven.
  • Halve wind – Bij “Halve wind” komt de wind loodrecht van opzij.
  • Ruime wind – Bij “Ruime wind” komt de wind schuin van achteren.
  • Voor de wind - Bij voor de wind komt de wind precies van achteren. Doordat de wind precies van achteren komt, kunnen grootzeil en fok zowel aan bakboord als aan stuurboord staan.

Verwarrend dat bakboord en stuurboord?? Geen probleem, een ezelsbruggetje leer je in het volgende deel!

> Deel 3