Mini Zeilcursus

 

 Home


 Mini Zeilcursus

 Inleiding

 Windorientatie

 Begrippen

 Oploeven...

 Zeilstanden

 Deinzen

 Het zeilroer

 Overstag

 Gijpen

 En nu zeilen


 

 

8. Overstag gaan

Overstag gaan lijkt een tamelijk eenvoudige manoeuvre, maar toch komt er aardig wat bij kijken. Hetzelfde geldt eigenlijk voor gijpen. Omdat dit toch bedoelt is als een eenvoudige minicursus zal ik beide manoeuvres kort uitleggen.

Eerst een korte definitie:
Overstag gaan = van de ene naar de andere “aan de windse” koers draaien, waarbij we heel even “in de wind” liggen. De zeilen staan na de overstag manoeuvre aan de andere kant van de boot.

In het plaatje hierboven is aangegeven hoe een overstag manoeuvre eruit ziet. Dit is de overstag manoeuvre van “aan de wind” met het zeil over stuurboord naar “aan de wind” met het zeil over bakboord. De overstag manoeuvre met de zeilen eerst over bakboord ziet er precies hetzelfde uit, alleen dan verticaal gespiegeld.

Even per plaatje wat er op dat moment moet gebeuren.

  1. Zorg dat je goed “aan de wind” vaart.
    Roep duidelijk: 'Klaar om te wenden!' (dit is geen vraag!) Daarna kijk je of iedereen klaar is om overstag te gaan.
  2. Roep 'Ree!' als je de manoeuvre gaat uit voeren.
    De fok wordt losgelaten
    Je stuurt naar de wind
    Je trekt het grootzeil verder aan
  3. Dit is het moment dat je “in de wind” ligt.
    Laat je grootzeil ietsje vieren.
    Als je weinig (draai)snelheid meer hebt kan je 'Fok bak' roepen en wordt de fok aan 'de verkeerde kant' aangetrokken (zie plaatje). Anders hoeft dit niet!
  4. Als je weer aan de wind vaart (met het grootzeil aan de andere kant) stuur je weer  rechtdoor
    Roep 'Fok over!' en de fok wordt naar de goed kant aangetrokken maar nog niet helemaal strak
    Als je weer op snelheid bent roep je 'Fok aan!' en wordt de fok weer strakgetrokken

> Deel 9