8. Overstag gaan
Overstag gaan lijkt een tamelijk
eenvoudige manoeuvre, maar toch komt er aardig wat bij kijken. Hetzelfde geldt
eigenlijk voor gijpen. Omdat dit toch bedoelt is als een eenvoudige minicursus
zal ik beide manoeuvres kort uitleggen.
Eerst een korte definitie:
Overstag gaan = van de ene naar de andere “aan de windse” koers draaien, waarbij
we heel even “in de wind” liggen. De zeilen staan na de overstag manoeuvre aan
de andere kant van de boot.

In het plaatje hierboven is
aangegeven hoe een overstag manoeuvre eruit ziet. Dit is de overstag manoeuvre
van “aan de wind” met het zeil over stuurboord naar “aan de wind” met het zeil
over bakboord. De overstag manoeuvre met de zeilen eerst over bakboord ziet er
precies hetzelfde uit, alleen dan verticaal gespiegeld.
Even per plaatje wat er op dat
moment moet gebeuren.
- Zorg dat je
goed “aan de wind” vaart.
Roep duidelijk: 'Klaar om te wenden!' (dit is geen vraag!) Daarna kijk je of
iedereen klaar is om overstag te gaan.
- Roep 'Ree!'
als je de manoeuvre gaat uit voeren.
De fok wordt losgelaten
Je stuurt naar de wind
Je trekt het grootzeil verder aan
- Dit is het
moment dat je “in de wind” ligt.
Laat je grootzeil ietsje vieren.
Als je weinig (draai)snelheid meer hebt kan je 'Fok bak' roepen en wordt de
fok aan 'de verkeerde kant' aangetrokken (zie plaatje). Anders hoeft dit
niet!
- Als je
weer aan de wind vaart (met het grootzeil aan de andere kant) stuur je weer
rechtdoor
Roep 'Fok over!' en de fok wordt naar de goed kant aangetrokken maar nog
niet helemaal strak
Als je weer op snelheid bent roep je 'Fok aan!' en wordt de fok weer
strakgetrokken
> Deel 9
|