Mini Zeilcursus

 

 Home


 Mini Zeilcursus

 Inleiding

 Windorientatie

 Begrippen

 Oploeven...

 Zeilstanden

 Deinzen

 Het zeilroer

 Overstag

 Gijpen

 En nu zeilen

 

 

9. Gijpen

Zoals we eerder hebben gezien zijn er twee koersen waarop we een manoeuvre kunnen doen om het zeil naar de andere kant te krijgen. In het vorige deel hebben we al de overstag manoeuvre gezien, waarbij we van de ene aan de windse koers naar de andere aan de windse koers draaien. ( de meest veilige) Nu zullen we kijken naar de gijp manoeuvre. Iedereen heeft wel eens het plaatje gezien dat de giek ongecontroleerd van de ene kant van de boot naar de andere kant “vliegt”. Je moet er niet aan denken dat je op zo’n moment de giek tegen je hoofd krijgt.

Gijpen = het grootzeil gecontroleerd  naar de andere kant brengen terwijl we voor de wind varen.

In Deel 2 hebben we kunnen zien dat het grootzeil bij voor de wind zowel aan stuurboord als aan bakboord kan staan, omdat de wind precies van achteren komt. Daarom kunnen we het grootzeil als we voor de wind varen heel makkelijk van de ene naar de andere kant zetten. Dit noemen we gijpen.

Zoals je hierboven kunt zien proberen we een gijp altijd op een gestrekte koers te maken. We gaan precies voor de wind varen en zorgen dat we dit tijdens en na de manoeuvre ook nog varen. Een puntsgewijze beschrijving... (De nummering slaat op de nummertjes in het plaatje.)

  1. Controleer of je goed voor de wind vaart (dit kan je doen door net zo ver af te vallen tot je fok doodvalt) De fok vangt dus geen wind meer en “valt” naar het midden van de boot .
  2. Roep 'Klaar voor de gijp!'
    Haal hand over hand het grootzeil binnen
    Als de giek in het midden is geef je een rukje aan de grootschoot om het zeil goed naar de andere kant te brengen en roep je 'Gijp!'
  3. Blijf je voor de wind varen, dan laat je het grootzeil weer vieren en kan de fok aan de nieuwe loefzijde blijven staan ('fok te loevert'), anders roep je 'Fok over!' zodat de fok naar de nieuwe lijzijde wordt getrokken .

 > Deel 10